Het centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid (CCV), gevestigd in Utrecht, helpt gemeenten en ondernemers de juiste keuzes te maken op het gebied van cameratoezicht. Rodney Haan is CCV-adviseur en expert op het gebied van cameratoezicht.

Kunt u kort vertellen wat u precies doet als adviseur?

‘’Ik adviseer voornamelijk gemeenten en ondernemers, waarmee ik direct contact heb, op het gebied van cameratoezicht. Ik adviseer op basis van aanwezige mogelijkheden en wettelijke beperkingen. Het afwegingskader, waarin onder andere wordt gekeken naar de kosten en het doel van de camera-inzet, helpt hierbij.’’

Op de site van het CCV staat de volgende quote van u: ‘’Cameratoezicht is meer dan het implementeren.’’ Kunt u uitleggen wat u hier precies mee bedoelt?

‘’Het is heel simpel. Heel veel mensen zeggen dat ze cameratoezicht willen. De meeste mensen gaan echter voorbij aan het feit dat cameratoezicht niet altijd alles oplost. Het is belangrijk dat er ook gebruik wordt gemaakt van veel andere toepassingen, zoals een goed jeugdbeleid en afspraken met ondernemers en bijvoorbeeld portiers in uitgaansgebied. Het is ook handig om boa’s op straat in te zetten en goed samen te werken met de politie.’’

Waar en wanneer denkt u dat cameratoezicht effectief is?

‘’Er is vaak onderzoek gedaan naar de effectiviteit van cameratoezicht, maar dat is heel moeilijk te meten. Voor mij is het niet wetenschappelijk te onderbouwen. Cameratoezicht zorgt bij fietsenstallingen voor overzicht en het kan criminaliteit verhelpen, zo is dat ook in uitgaansgebied. Van de andere kant kan het moeilijk zijn om geweld te voorkomen, als iemand bijvoorbeeld heel dronken is en een ander wil slaan. Cameratoezicht kan dan echter wel helpen om de dader te herkennen en te identificeren. Het preventieve aspect is niet altijd aanwezig en moeilijk meetbaar.’’

Vindt u cameratoezicht een inbreuk op de privacy van burgers?

‘’We hebben wetgeving om ervoor te zorgen dat cameratoezicht geen inbreuk is op de privacy van burgers. Alle camera’s die de gemeente plaatst, moeten aan bepaalde eisen voldoen. Natuurlijk moet de privacy van burgers gerespecteerd worden, daarom is het bijvoorbeeld ook zo dat openbare camera’s nooit naar binnen gericht mogen zijn. Bovendien wordt de eis gesteld dat camerabeelden niet oneindig bewaard mogen worden. De gemeente moet de inzet van camera’s goed onderbouwen. Volgens de wet moet het proportioneel en subsidiair zijn. Voor camera’s bij bedrijven is gegevensbescherming leidend.’’

Dus u vindt dat niet alleen veiligheid, maar ook privacy van groot belang is?

‘’Privacy is uiteraard belangrijk. Veiligheid gaat niet altijd voorop. Natuurlijk willen we allemaal een veilige samenleving. In onze democratische samenleving is het nou eenmaal zo dat zelfs de dief rechten heeft, hoe gek dat ook klinkt. Het moet niet zo zijn dat camera-inzet onbeperkt is en dat daardoor de inbreuk op privacy enorm groot is. Privacy is een terechte eis vanuit de samenleving.’’

Voelt u zich veiliger in een wijk waar camera’s hangen?

‘’Ik persoonlijk ben beroepsmatig bezig met camera’s, dus ik let er eerlijk gezegd niet zo op. Of het in een wijk echt veiliger is als er camera’s hangen, weten we niet. Er is natuurlijk niks mis mee als mensen zich veiliger voelen of zich anders gedragen, doordat er camera’s aanwezig zijn.’’

Gemeente Utrecht zet een maximumaantal van 81 camera’s in. Vindt u dit voldoende?

‘’Daar kan ik geen uitspraak over doen. Het is de bevoegdheid van de gemeente zelf om te bepalen hoeveel camera’s ze in willen zetten. De effectiviteit is een lokaal proces. Het belangrijkste is dat cameratoezicht wordt toegepast, daar waar het noodzakelijk is. Als Utrecht een veilige gemeente zou zijn, zou de helft van het aantal camera’s misschien ook voldoende zijn. Dat moet dus lokaal afgewogen worden. Vandaar dat het voor mij lastig is om een antwoord te geven op de vraag.’’

De gemeente wil waarschijnlijk drie vaste camera’s vervangen door drie flexibele camera’s. Bent u voorstander van een groter aantal flexibele camera’s?

‘’Het aantal hoeft niet per se groter te zijn. Het is wel goed dat de gemeente overweegt meer flexibele camera’s in te zetten, want criminaliteit verschuift en daarom is het herplaatsen van camera’s altijd een goede keuze. Het inzetten van meer of minder flexibele camera’s is ook weer een keuze. Als er in een bepaalde wijk meer overlast of criminaliteit heerst, kan de gemeente er bijvoorbeeld voor kiezen om tijdelijk meer camera’s in te zetten in die wijk. Er is echter wel een gevaar. Als je eenmaal camera’s hebt geplaatst en je haalt ze daarna weer weg, kan de criminaliteit weer toenemen. Daarom is het zo belangrijk om een flankerend beleid te hebben en niet alleen te leunen op camera’s. Cameratoezicht is niet de oplossing voor alles, het is wel een goed hulpmiddel. Gemeenten moeten er dus niet te afhankelijk van zijn. De camera temt de criminaliteit misschien tijdelijk, maar daarmee is het structurele vraagstuk nog niet weg. Het is belangrijk om achter de oorzaak van het probleem te komen. Bovendien is cameratoezicht een behoorlijke kostenpost.’’