UTRECHT – Nol van Gerven (22), studeert milieu- en natuurwetenschappen aan de Universiteit Utrecht, geeft examentraining in Leiden en doet intake gesprekken bij een bijlesbureau. Daarnaast is hij actief lid van de jongerenorganisatie van GroenLinks (DWARS).

Je bent student en je werkt. Hoe combineer je dat dan met de activiteiten die je doet voor DWARS?

“Ik besteed wel minder tijd aan mijn studie dan dat ervoor staat. Je zou 40 uur bezig moeten zijn aan je studie en dat is niemand eigenlijk bij mij, maar ik denk dat ik er tien tot twintig uur mee bezig ben per week. Dus dat valt reuze mee. Die baantjes zijn eigenlijk ook wel kleine dingen. Het werk dat ik doe voor een bijles bureau neemt denk ik zo’n vier uur per week in beslag. Het zijn allemaal kleine dingen en DWARS doe ik er een beetje naast. Dat plan ik er tussendoor.”

Je bent dus lid van de jongerenorganisatie van GroenLinks. Waarom?

“Nou de manier waarop ik erbij kwam is wel grappig eigenlijk. Ik ben lid van een studentenvereniging hier in Utrecht, B.I.T.O.N. Eigenlijk ben ik daar al een paar jaar niet echt meer actief, maar ik heb daar drie, vier jaar geleden denk ik in de commissie gezeten. En dat was de Ragweek commissie, dus dan organiseer je allemaal dingen voor het goede doel. En ik zat met iemand in de commissie en zij is later bestuur gaan doen bij DWARS. Zij was toen nog bij GroenLinks. Op een gegeven moment zei zij tegen mij “Ik ga volgend jaar mijn studie doen, maar ik zit nu ook in de commissie energie. Jij weet ook veel van energie. Zou jij het leuk vinden om daar iets mee te doen?” Dat leek me inderdaad erg leuk. Ook omdat ik dan kennis uit mijn studie toe kon passen. En ik was toch al wel… ja… groen en links. Dus de kleur past er ook goed bij, maar eigenlijk ging het me om de inhoudelijke commissie.”

Wat doe je dan bij DWARS?

“Binnen die commissie zijn we ieder jaar met een ander onderwerp bezig. Nu hebben we het over de circulaire economie. Wat we dan doen is heel veel informatie opzoeken en daarover discussiëren. Laatst hadden we het over kleding, want kleding is op zich ook iets dat veel impact heeft op het milieu. Na het discussiëren denken we: “Als wij het voor het zeggen hadden, wat zouden we eraan doen? Hoe kan dit beter?” Dus dan ga je kijken naar bijvoorbeeld recycling van kleding. Of bijvoorbeeld het duurder maken van milieubelastende materialen, zoals katoen. Om er zo voor te zorgen dat het minder aantrekkelijk wordt om deze materialen te gebruiken. We zijn nu ook bezig met het schrijven van een visiestuk. Dat is eigenlijk een soort samenvatting van onze standpunten over een bepaald onderwerp, nu dus de circulaire economie. Dat wordt dan aan de politieke visie van DWARS toegevoegd.”

Wordt er dan door GroenLinks iets mee gedaan?

“Ja, we proberen dat heel erg zichtbaar te maken. Dat visiestuk is voor iedereen te lezen op de site. Daarnaast hebben we het er ook onderling veel over, maar we gaan ook elk jaar naar het GroenLinks congres. We dienen dan een aantal amendementen in. Hiermee proberen we dan ook het partij programma van GroenLinks te veranderen en daarmee hopen we ook echt wat te bereiken.”

Zijn er ook dingen waar je het niet mee eens bent met GroenLinks?

“Ja. Wat ik zelf een heel lastig punt vind is defensie. Ik ben het er niet per se heel erg mee oneens ofzo, maar ik ben zelf nog heel erg aan het twijfelen wat ik daar nou van vind. Want aan de ene kant heb je nu Trump die dubbel zoveel wil investeren in defensie. Ik denk dat hij daar wel een punt heeft omdat we die afspraak hebben gemaakt. Aan de andere kant zou ik graag willen dat het niet nodig was. Ik neig dan toch soms een beetje naar de pacifistische kant van GroenLinks die zegt dat we eigenlijk een soort vredesmacht willen hebben en dat het leger een beetje op de achtergrond moet verdwijnen. Maar ik snap ook wel dat de wereld niet zo in elkaar zit en dat je daarom méér geld uit zou moeten geven aan defensie. Dat vind ik dus wel lastig. Binnen GroenLinks is daar ook veel verdeeldheid over. Ze zeggen nu dat de uitgaven aan defensie gelijk moeten blijven, een middenweg dus.”