De rechtbank heeft de Utrechtse John H. woensdagmiddag een werkstraf van 120 uur en een schadevergoeding van 2.500 euro opgelegd. De 41-jarige H. stond terecht voor zware mishandeling en huisvredebreuk. Beide incidenten vonden plaats op 27 augustus 2017.

Het is bijna half 4 als de zitting begint. De verdachte John H. komt binnenlopen en begroet de aanwezigen, om vervolgens plaats te nemen op de voor hem bestemde stoel. Wat opvalt, is dat hij geen advocaat bij zich heeft. Als de rechter vraagt waarom hij daarvoor heeft gekozen, vertelt H. dat hij er niet vanuit ging dat dat nodig zou zijn. De rechter waarschuwt H. dat hij wel eens een celstraf van enkele maanden opgelegd zou kunnen krijgen. H. geeft aan dat hij zich dat niet besefte. Hij vindt het zonde dat hij geen advocaat heeft en krijgt van de rechter de keuze om alsnog een advocaat in de arm te nemen. H. besluit dit niet te doen, omdat hij de zaak vandaag nog wil afronden.

John H. wordt verdacht van huisvredebreuk en zware mishandeling, waarbij hij het slachtoffer, Jan P., in het gezicht zou hebben geslagen met een gebroken jukbeen en mogelijk gebroken kaak tot gevolg.

H. vertelt dat hij en P., die niet aanwezig is bij deze rechtszaak, elkaar al vijftien jaar kennen en zelfs bevriend waren. Ruim een jaar geleden besloten P. en zijn vrouw uit elkaar te gaan, waarna voor P. een moeilijke periode aanbrak waarin hij drank en drugs is gaan gebruiken. P. zou vervolgens zijn eigen ex-vriendin hebben bedreigd. Dit was één van de redenen voor H. om afstand te nemen van zijn vriend Jan P.

Op een gegeven moment kreeg H. via de Playstation een berichtje van P., met de tekst ‘You bist next’. P. zei later dat deze uitspraak over een spel op de Playstation zou gaan, maar H. vertrouwde het op dat moment niet en voelde zich bedreigd. Hij besloot P. op te zoeken en ging naar de woonwagen van de moeder van P., wetende dat hij P. daar zou aantreffen. John H. liep, zonder aan te bellen, naar binnen. Vlak daarna viel P., die aan het eten was, hem aan met een mes. De moeder van P. sprong tussen beide heren. Dat belette H. niet om een klap in het gezicht van P. uit te delen. Later verklaarde hij dat hij dit uit zelfverdediging deed. Vervolgens rende H. naar buiten om naar het politiebureau te gaan, waar hij meteen een melding van het incident maakte.

Namens P. is er wel een advocaat aanwezig in de rechtbank. Volgens hem is het zeker dat het letsel bij P. is toegebracht door H. Het is niet helemaal duidelijk of alleen het jukbeen is gebroken, of ook de kaak. Wat wel duidelijk is, is dat het gezicht van P. scheef stond na de klap, en dat P. is geopereerd aan zijn jukbeen. Hij heeft na de operatie zes weken lang alleen vloeibaar eten binnen kunnen krijgen. Ook heeft hij gedurende die periode vanwege de pijn maar op één kant van zijn gezicht kunnen slapen. Daarnaast slikt P. nog steeds regelmatig pijnstillers. De advocaat van P. eist dat John H. een bedrag van 2.500 euro betaalt aan zijn cliënt. Daarnaast eist de moeder van P. ook nog 250 euro van H. in verband met door haar opgelopen immateriële schade, iets wat wordt beaamd door een aanwezige medewerkster van Slachtofferhulp Nederland.

Nadat de Officier van Justitie zijn eis heeft gedaan en H. nog wat uitleg heeft gegeven, is het aan de rechter om een definitieve uitspraak te doen. Hij stelt dat het duidelijk is dat John H. bij de moeder van Jan P. naar binnen is gegaan en hem een klap heeft uitgedeeld die hij niet had mogen uitdelen. Het is niet bewezen dat H. handelde uit noodweer. De rechter wil wel van H. aannemen dat het niet zijn bedoeling was om het jukbeen en mogelijk ook de kaak van P. te breken. Volgens de rechter is H. schuldig aan mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. Hij vindt ook dat H. in deze situatie had moeten vragen of hij mocht binnenkomen in de woonwagen van de moeder van P. H. had echter tijdens deze rechtszaak nog aangegeven dat hij dit altijd deed en iedereen op het woonwagenkamp altijd bij elkaar naar binnen loopt. Dit werd niet door de rechter gerechtvaardigd.

Dan volgt de straf die John H. van de rechtbank krijgt opgelegd: een werkstraf van 120 uur en een schadevergoeding aan Jan P. van 2.500 euro, met daarbovenop wettelijke rente, voor het gebroken jukbeen en de verdere gevolgen. Als H. de werkstraf niet uitvoert, wordt hem een gevangenisstraf van 60 dagen opgelegd. Verder hoeft H. geen schadevergoeding te betalen aan de moeder van P. Ook hoeft hij, mits hij zijn werkstraf uitvoert, niet de gevangenis in. Bij het oordeel heeft de rechter rekening gehouden met het feit dat H., ondanks dat hij een strafblad heeft, al jarenlang op het rechte pad is.

John H. heeft twee weken de tijd om in hoger beroep te gaan als hij het niet eens is met de straf van de rechtbank.