Het OM eist een werkstraf van tussen de 60 en 180 uur tegen de zes verdachten van openlijk geweld tijdens de seizoensafsluiting van voetbalclub Odin. Het geweld vond plaats op 28 mei 2016 bij voetbalclub Odin. Het OM eist daarnaast tegen vijf van de zes verdachten een voorwaardelijke celstraf van tussen de een en twee maanden met een proeftijd van een tot twee jaar. De aanklager eist ook een vergoeding van tussen de 350 en 1400 euro voor materiële en immateriële schade.

Op zaterdag 28 mei 2016 vonden er meerdere opstootjes plaats tijdens de seizoensafsluiting van voetbalclub Odin. Oorzaak van deze ruzie was ‘een meisje dat danste met andere jongens, terwijl zij een relatie had’, aldus een getuige. In totaal waren er rond de twintig mensen betrokken bij de verschillende incidenten. Zes hiervan zijn toentertijd aangehouden door de politie en deze verdachten zitten nu, gewapend met advocaat, voor de rechter.

Een van de verdachte, Kevin van D., verklaarde aan de politie diezelfde avond dat er aan het eind van de avond nog veel drank over was, wat nog op moest. Later die avond verklaart een getuige dat diezelfde verdachte hem tot twee keer toe met een stoel, geheven tot boven het hoofd van D., geslagen heeft. Verdachte Kevin van D. kan zich hier niks meer van herinneren, omdat hij ‘een totale black-out’ had. Hij was te dronken om deze gebeurtenis voor zich te halen Een andere verdachte, Remco van B., deed het juist rustig aan met de hoeveelheid drank, omdat zijn vriendin hoogzwanger in het ziekenhuis lag. Hij verklaart tijdens de zitting dat hij de ruzie juist wilde sussen en zich daarom in het gevecht mengde. ‘Doordat ik mijzelf wilde beschermen, kan het zijn dat ik iemand geraakt heb met mijn armen, maar het was zeker niet mijn intentie om iemand bewust te slaan of trappen’, aldus van B.

Dan is er nog Ruben C., medeorganisator van het toernooi dat plaatsvond bij Odin. Bij het bespreken van de persoonlijke situaties van de verdachten kaart hij aan dat hij voor zijn werk vaak bij justitiële bedrijven aan de slag moet. De uitslag van deze zaak kan dus invloed hebben op zijn toekomst. C. geeft toe geweld te hebben gebruikt: ‘Dit was puur om mij te weren tegen klappen van anderen’, zegt C. met een zelfverzekerde stem.

Volgens een getuige die zich later op de avond bij de politie meldde, zou een verdachte hebben geroepen dat een van de slachtoffers nog niet genoeg klappen zou hebben gehad. Drie verdachten zouden volgens de getuige achter het slachtoffer Jasper B. aan zijn gegaan. Bewijs hiervoor ontbreekt. Wel neemt de officier van justitie het kwalijk dat sommige verdachten achter de vluchtende slachtoffers zijn aangerend. ‘Daarnaast was er niet sprake van één droge klap, maar meerdere mishandelingen’, aldus de aanklager.

‘Eén ding is zeker’, aldus de officier van justitie, ‘wat een gezellige en sportieve dag moest worden, is geëindigd in een dag waarin alcohol en geweld de boventoon voerde. Alcohol is de oorzaak van dit incident’.

Alle verdachten zijn tussen de 20 en 30 jaar oud. Een van de verdachte zou al eerder hulp tegen agressie afgewezen hebben. Deze verdachte, Brian C, heeft al een strafblad en is binnen de proeftijd van een eerder vermogensdelict weer in de fout gegaan door zich te mengen in de ruzie en het mishandelen van een slachtoffer. Maar aangezien een vermogensdelict niet te vergelijken is met een geweldsdelict, wordt dit feit verwaarloosd door de openbaar aanklager.

Door de lacherige sfeer onder de verdachten na de eis van de officier van justitie, lijkt het alsof de eis van de aanklager niet serieus genomen werd. Het is nog de vraag of de eis van de officier van justitie opgevolgd wordt door de rechter aangezien een van de advocaten opmerkt dat de bewijslast enkel wordt gevormd door getuigenverklaringen. ‘De getuigenverklaringen van de beschonken aanwezigen van deze bewuste dag is niet genoeg om een realistisch beeld van de situatie te reconstrueren’, aldus de advocaat van Kevin van D.

De uitspraak zal over twee weken plaatsvinden.