Darkest Hour, een bijzondere vertolking van Winston Churchill (Gary Oldman) in zijn meest cruciale periode als premier van Engeland. Hij staat direct voor een lastige opgave: vrede sluiten met Nazi-Duitsland of een poging doen de loop van de wereldgeschiedenis te veranderen.

De bolhoed, de sigaar in de mond, de broek tot aan de oksels opgetrokken en de grote bellen cognac; Winston Churchill heeft een onmiskenbare indruk achtergelaten bij menig filmliefhebber. En hoewel hij al door velen is vertolkt – Albert Finney als Churchill in The Gathering Storm, Brendan Gleeson in de follow-up Into The Storm, John Lithgow als gebochelde Churchill in The Crown en Brian Cox als depressieve variant in Churchill – lukt het Gary Oldman in Darkest Hour een nieuwe twist aan Engeland’s bekendste politicus te geven. Het inmiddels vertrouwde imago van Churchill als humoristisch, chagrijnig, grof, emotioneel, koppig en vastberaden komt wederom duidelijk naar voren in de film. Het is moeilijk te falen als acteur wanneer de rol van Churchill zó vaak is vertolkt, nog moeilijker is het om het inmiddels uitgekauwde personage te doen laten herleven.

Darkest Hour refereert, toepasselijk genoeg, aan de donkerste periode in Churchill’s carrière waarin de kersverse premier een cruciale rol speelt in het verloop van de Tweede Wereldoorlog. Het verhaal begint op 10 mei 1940, waar Churchill tot premier van Engeland wordt benoemd nadat zijn voorganger Chamberlain door een motie van wantrouwen is genoodzaakt af te treden. Het nieuwe premierschap wordt hem niet in de schoot geworpen: de keuze voor Churchill is meer noodzaak dan voorkeur om de liberalen te vriend te houden, aangezien de conservatieven Lord Halifax, minister van Buitenlandse Zaken, prefereren. Churchill’s benoeming valt toevalligerwijs samen met de eerste dag van de Blitzkrieg en de premier bevindt zich direct in een hachelijke situatie waarbij hij moet kiezen tussen het sluiten van een vredesverdrag met Herr Hitler, zoals wordt geadviseerd door partijgenoten Chamberlain en Halifax, of de strijd aangaan en de 300.000 Britse soldaten van het Duinkerkse strand te redden: een haast onmogelijke uitdaging.

Tijdens de intense drie weken die van het leven van de prille premier te zien zijn, komen de bekende beelden van Churchill’s knorrige maar liefhebbende vrouw en rots in de branding Clementine (Clemmie), vertaald door Kirsten Scott Thomas, en jonge secretaresse Mrs. Layton (Lily James), zijn enige connectie met de realiteit, al te vaak naar voren. Ook de vanuit het bad of toilet gedicteerde brieven en de vele Engelse ontbijtjes bestaande uit eieren, spek en een glas whiskey komen aan bod. Een film over Churchill is een film met veel tekst en uitleg, lange dialogen, een Lagerhuis met stroeve ruzies tussen oude mannen en een hoop hoogdravende bureaucratie. Het gevaar van saaiheid ligt op de loer bij een film waarvan het hoogtepunt een met luid gejuich en wapperend papier onthaalde speech afgesloten met de legendarische woorden ‘we shall never surrender’ is.

Toch verveelt het verhaal niet. Producent Joe Wright heeft op een bewonderenswaardige manier niet alleen de clichés rondom Churchill omarmt, maar deze met charme en humor uitvergroot. De inmiddels bekende prachtige decors van een stoffig Lagerhuis, een statig Buckingham Palace en een donkere oorlogsbunker onder Westminster zijn theatraal belicht en familie Churchill wordt als liefhebbend maar aristocratisch verheven gezin neergezet.

Helaas sloeg de poging van Wright Churchill nieuw leven in te blazen en hem een mooier imago te verschaffen dan hij daadwerkelijk had, af en toe om in een karikaturale vertolking van de premier. Het emotionele gesprek wanneer Churchill voor het eerst in zijn leven besluit de Londense metro te pakken en een praatje te maken met het volk is haast te idyllisch om geloofwaardig over te komen. Ook het structurele naaktlopen, de ongemakkelijke dialogen met Koning George VI en de gesprekken met bedienden vanuit het toilet doen behoorlijk kitsch aan.

Maar zo’n belangrijke figuur als Churchill tijdens één van de meest cruciale momenten in de wereldgeschiedenis mag ook wel een beetje theatraal uitvergroot worden. Het verhaal van een dwarse, als halvegare dronkenlap bestempelde politicus die dankzij zijn unieke koppigheid uitgroeit tot de man die zijn land van de Duitse ondergang redde, verdient niets minder dan een extravagant podium.