Temidden van het kerstgeweld nadert een meer bescheiden religieus feest: Chanoeka. Op 12 december begint de viering die acht dagen zal duren. Met Chanoeka vieren de joden de herinwijding van de Tempel van Jeruzalem, nadat een Griekse koning die ontheiligde. Voor velen herkenbaar is de acht-armige kandelaar waarvan het vuur gedurende de hele viering brandt. Onmisbaar bij Chanoeka in Utrecht is de rabbijn A. L. Heintz. Jaar in jaar uit steekt hij alle tijd en aandacht in de openbare viering, die dit keer plaatsvindt op 17 december op de Stadhuisbrug.

‘Chanoeka is een feest van religieuze vrijheid’, zegt Heintz. Hij verwijst naar de joodse overwinning op hun Griekse bezetters. Vrijheid, religieus of niet, vindt Heintz belangrijk voor iedereen. Het liefst wil hij daarom zo veel mogelijk mensen uitnodigen om de viering van Chanoeka bij te wonen. ‘De reden dat we Chanoeka openbaar maken voor iedereen is, dat het een boodschap van vrijheid is voor iedereen.’ Die boodschap vergelijkt hij met licht in de duisternis, waarin licht staat voor vrijheid en duisternis voor verborgenheid. ‘Als het donker begint te worden, dan steek je juist de Chanoeka-kaarsen aan. Een klein beetje licht drukt heel veel duisternis weg.’

Het wegdrukken van de duisternis hoef je volgens Heintz niet in je eentje te doen. ‘Bij Chanoeka gaat het ook om saamhorigheid. Joods of niet-joods, dat maakt niet uit. Dit jaar komt er voor het eerst een spreekster van islamitische afkomst.’ Trots somt hij vervolgens een reeks gasten en sprekers op. Leden van uiteenlopende politieke partijen en aanhangers van verschillende religies. De rabbijn glundert: ’We nodigen mensen uit van alle kanten van de samenleving. Die mensen kunnen zich verenigen en samen proberen de duisternis te verdrijven. Dat is het idee.’

Heintz vertelt dat ook voor ‘de gewone Utrechters’ het feest toegankelijk is. ‘Als er vijf- tot achthonderd mensen komen, zijn daarvan twee- of driehonderd joods. De rest is niet joods. Dat is de bedoeling. Daarom publiceren we het zo breed.’ De publiciteit is echter niet bedoeld om mensen te overtuigen van het joodse geloof. Dat is bij veel mensen een groot misverstand, volgens Heintz. ‘Bij bijvoorbeeld een gewone sabbat, zeggen we ‘dit is voor ons’. Dan nodigen we niemand uit. Bij Chanoeka wel, maar we zijn geen missionarissen. Missionarissen zijn mensen die de waarheid aan iedereen willen verkondigen. Dat is niet wat joden doen. Wij laten iedereen in hun waarde.’

De sfeer van vrijheid die tijdens Chanoeka heerst werkt voor veel mensen aantrekkelijk. Ondanks de kleine dip van vorig jaar, te wijten aan het slechte weer, groeit het aantal bezoekers gestaag. ‘Het plein achter het stadhuis is meestal helemaal vol’, zegt de rabbijn. Hij wijst op de flyers die hij op tafel heeft liggen. ‘Dit jaar is wel de locatie veranderd. Dit jaar is de viering aan de andere kant van het stadhuis, op de Stadhuisbrug. Dat is op het laatste moment veranderd.’ Op de flyers staat inderdaad nog de oude locatie. ‘Maar daar komt dit jaar een markt en is er joodse muziek.’ Heintz vertelt dat er vorig jaar, na het aansteken van de kaarsen, wel een uur op werd gedanst. ‘Er waren wel wat minder mensen vorig jaar, maar aan levendigheid ontbrak het niet.’

Voor de toekomstige vieringen heeft Heintz nog geen grootse plannen. ‘Vrijheid en saamhorigheid zijn het belangrijkste bij Chanoeka, en ik vind dat die hier in Utrecht te vinden zijn.’ Dromen heeft hij des te meer. ‘Misschien zou ik willen dat, in plaats van drie uur, Chanoeka twee dagen duurt. Om de saamhorigheid te vergroten. Ja. Misschien kunnen we de viering dan verhuizen van de Stadhuisbrug naar het Neude. Dan komen er vijfduizend mensen.’