Eén van de speerpunten in het partijprogramma van D66 voor de komende gemeenteraadsverkiezingen is de Utrechtse lerarenbeurs. Er bestaat reeds een landelijke lerarenbeurs waarvan iedere onderwijsbevoegde docent met een lerarenopleiding in het hbo gebruik van mag maken voor een tweede bachelor of een masteropleiding. Toch verschilt de Utrechtse beurs van de landelijke wegens de bredere inzetbaarheid.

De lerarenbeurs is in 2008 geïntroduceerd om het lerarentekort te bestrijden en de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren door vakkennis van docenten te verhogen. Vooral docenten in het basis- en voortgezet onderwijs maken gebruik van de beurs: ruim 14.000 leraren in beide sectoren. De beurs vergoedt maximaal 7.000 euro aan collegegeld en maximaal 700 euro voor studie- en reiskosten.Voor het studiejaar 2017-2018 is 1,6 miljoen euro beschikbaar gesteld.

Het is nog maar de vraag of van dit budget volledig gebruik gemaakt zal worden. Uit onderzoek van Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs (CDHO) naar de macrodoelmatigheid van het hoger onderwijs is gebleken dat er, ondanks een toename in het aantal onderwijslocaties, in de periode van 2013-2016 een daling van zeven procent in het professionaliseringsonderwijs heeft plaatsgevonden. De instroom bij de meest populaire master van de lerarenbeurs, Educational Needs (EN), is met ruim dertig procent afgenomen. Marjan Plazier, docent van deze master aan de Hogeschool Utrecht, schrijft dit toe aan een aantal factoren. ‘De huidige lerarenbeurs maakt het voor docenten mogelijk één dag van hun werkweek te verruilen voor een studiedag. Wegens het lerarentekort willen schoolbesturen hier niet meer aan meewerken, zij kunnen docenten die ene dag per week gewoonweg niet missen. Daarnaast is de master EN een zware opleiding die als zeer belastend wordt ervaren. Docenten durven niet meer van de lerarenbeurs gebruik te maken omdat ze bang zijn voor uitval. De opleiding doet een enorm beroep op diegene die hem gaat volgen.’

Ook het CDHO kent het lerarentekort toe als reden voor de afnemende interesse in lerarenbeurzen. Uit het onderzoek blijkt dat het aantal inschrijvingen voor de Pabo in de periode 2013-2016 met veertien procent is gedaald. Dit zorgt voor een groot tekort, mede door de veroudering van huidige docenten en strenge instroomeisen. De sterkste daling vond plaats tussen 2014 en 2015 en heeft waarschijnlijk te maken met de aanscherping van de kennis- en geschiktheidseisen die in dat jaar plaatsvond.

Waarom wil D66 een Utrechtse lerarenbeurs beschikbaar stellen als er al een landelijke beurs is waar geen optimaal gebruik van wordt gemaakt? Volgens Jony Ferket, gemeenteraadslid van D66 Utrecht, zit het verschil hem in de bredere opzet van de Utrechtse versie, welke wordt gefinancierd uit gemeentemiddelen. ‘Wij willen niet alleen een lerarenbeurs voor bijscholing, zoals de landelijke versie, maar ook om tijd en ruimte te creëren voor stages, technologische ontwikkeling te ondersteunen, innovatieprojecten voor het onderwijs te financieren en hele leerteams te scholen, niet alleen individuele docenten. Op deze manier wil D66 het onderwijs aantrekkelijker maken om in te werken. Daarnaast willen we Utrechtse docenten, waar wij veel van vragen, een steuntje in de rug geven en Utrecht vooruitstrevend onderwijs bieden.’

Dat lerarenbeurzen effectief zijn blijkt uit onderzoek van Ecorys in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Volgens dit rapport zorgt professionaliseringsonderwijs voor ‘een actievere betrokkenheid bij ontwikkelingen in de school, het krijgen van meer professionele ruimte, actief kennis delen, samen kennis ontwikkelen, het ondersteunen en scholen van collega’s en het spelen van een rol in het veranderen van de professionele cultuur van de school of het team.’

Na het behalen van een diploma met de Lerarenbeurs is ongeveer 88% van de leraren na enige jaren nog werkzaam als leraar in de sector onderwijs. Daarmee draagt het overgrote deel van de met de lerarenbeurs behaalde opleidingen bij aan het versterken van het kwalificatieniveau van het lerarenbestand. Verder blijkt de Lerarenbeurs een beperkte bijdrage van drie tot vijf procent te leveren aan het behoud van leraren binnen de onderwijssector. Leraren die een opleiding hebben gevolgd zijn breder inzetbaar en de kwaliteit van het lerarenteam verbetert door het delen van kennis van de leraren die een opleiding hebben gevolgd.

Ondanks deze positieve effecten van de lerarenbeurs, is het aantal aangevraagde lerarenbeurzen in 2017 gedaald, maakte minister Onderwijs Arie Slob naar aanleiding van vragen uit de Tweede Kamer in december 2017 bekend. Reden hiervoor is, volgens de minister, het feit het voor leraren moeilijk is door het lerarentekort een opleiding met werk en privé te combineren. Het kan dus zijn dat er in Utrecht minder interesse in nόg een lerarenbeurs. Ferket maakt zit hier geen grote zorgen om: ‘Het zou kunnen dat ook in Utrecht een lerarentekort een rol gaat spelen, al is het hier niet zo urgent als in andere regio’s in Nederland. De landelijke lerarenbeurs is alleen bedoeld een tweede bachelor- of masteropleiding te volgen. De beurs die wij willen inzetten is niet alleen bedoeld voor bijscholing, maar juist ook om tijd en ruimte te kopen voor voor innovatieprojecten, cursussen, ontplooiing. Scholen kunnen voorstellen indienen om het onderwijs te professionaliseren. Hierdoor wordt de kwaliteit van het onderwijs verbeterd en wordt het voor leraren aantrekkelijker in Utrecht les te komen geven. Op deze manier pakt de Utrechtse lerarenbeurs het lerarentekort juist aan.’