In 2006 zijn er bij Babs cystenieren ontdekt, dit is een erfelijke nierziekte waarbij de holten in de nieren die gevuld zijn met vocht. Vrij snel moest ze aan de dialyse, wat erg zwaar was. Gelukkig doneerde haar zus een jaar later haar nier aan haar. Dit is inmiddels alweer twaalf jaar geleden en het gaat nu erg goed met Babs. De niertransplantatie is inmiddels een succesverhaal. Haar nieuwe nier functioneert voor honderd procent en ze kan weer doen wat ze wil. In dit interview vertellen de zussen hun verhaal.

Hoe is het tot nier donatie gekomen?
Babs: “Ik was bij de huisarts voor een blaasontsteking, maar had verder nergens last van. De dokter vertelde me dat er wat meer bloedonderzoeken gedaan moesten worden naar aanleiding van de uitslag van mijn urine. Na twee dagen werd mijn man gebeld voor de uitslagen, toen ik aan het werk was. Na het telefoontje belde hij me meteen op om te vertellen dat ik naar de spoedeisende hulp moest, omdat het niet goed met me ging. Dat was heel tegenstrijdig, want ik had nergens last van. Ik had het helemaal niet zien aankomen, ik was niet moe en had verder geen problemen. Uiteindelijk bleek dat ik cystenieren had. Mijn nierfunctie was op dat moment nog maar tien procent en ik moest meteen aan de dialyse.
Cari: “Het dialyseren was een drama. Het was heel vermoeiend voor Babs en ik liep er al een tijd mee in mijn hoofd dat er iets moest gebeuren. Het is heel erg als je ziet dat je zus zo ziek is. Je wilt helpen, maar dat kan eigenlijk niet. De enige manier was om een nier te doneren. Babs moest drie keer per week aan de dialyse en tussen de middag zat ze dan te wachten op haar taxi bij het ziekenhuis, waar ik ook werk. Ze was wit, zag grauw en moest veel huilen. Toen ik haar op dat stoepje zag zitten dacht ik: “Nu is het afgelopen.” Mijn plan was dat ik haar mijn nier zou geven.”

Hebben jullie wel eens getwijfeld aan donatie?
Babs: “De rest van mijn leven aan de dialyse leek me het meest verschrikkelijke wat er is, dus ik was er vrij snel over uit dat ik het liefst een nieuwe nier wilde. Als ik mijn zus haar nier niet had gekregen, had ik jarenlang op de wachtlijst moeten staan voor een onbekende, overleden donor. Toch wist ik niet zeker of ik Cari haar nier moest accepteren. Toen ik op dat stoepje voor het ziekenhuis zat en Cari vertelde dat ze haar nier wilde doneren, moest ik natuurlijk huilen. Ik ben er heel goed over na gaan denken. Het idee dat ze zelf iets aan de operatie over zou houden, of dat ze later zelf een slechte nierfunctie zou krijgen, vond ik verschrikkelijk. Ik vond het heel lastig om dit buitengewone aanbod te accepteren en ik heb er dan ook lang over nagedacht. Maar op een gegeven moment vroeg mijn zus me telkens wat ik zou doen als zij in mijn situatie zou zitten. Ik zei dat ik het dan ook voor haar zou doen. Dus heb ik er uiteindelijk toch mee ingestemd.”
Cari: “Ik heb absoluut niet getwijfeld. Het enige struikelblok was of ik goedgekeurd zou worden voor donatie. Het is een lang traject waar je ingaat.”

Hoe is het traject gegaan?
Babs: “Het waren heel veel onderzoeken, voor haar en voor mij. We moesten van alles laten nakijken, zelfs ons gebit. Er waren niet alleen lichamelijke onderzoeken, we kregen ook een maatschappelijk werker om te checken of we er echt achter stonden. Het traject zelf vond ik spannend, maar het was ook mooi om er samen in te gaan. Je weet van tevoren natuurlijk niet of het lukt. Gelukkig waren we een perfecte match en in juni 2007 werden we gebeld met de vraag of we op 10 juli 2007 beschikbaar waren. Dat was mijn meest bijzondere verjaardagscadeau, want op die datum ben ik toevallig jarig.”
Cari: “Van tevoren was ik wel licht opgewonden en een beetje wiebelig over de operatie. Ik was nerveus over hoe de nier eruitzag en of hij er goed uit kon worden genomen. Want dat gaat niet zomaar, alle aderen moeten ook meegenomen worden. Ook vond ik het heel spannend voor mijn zus, want ik wilde dat het zou lukken.
Na de operatie lig je in een uitslaapkamer en is het allemaal net gebeurd, wat je natuurlijk niet meer weet. Alles was gelukkig goed gelukt en Babs ging zo snel mogelijk de operatiekamer in, want die nier lag op haar te wachten. Mijn nier werd in haar buik getransplanteerd en haar eigen nieren bleven zitten. Die twee werken helemaal niet meer.”

Zaten er voor jullie beiden grote risico’s aan de operatie vast?
Babs: “Een operatie heeft natuurlijk altijd risico’s. Ik weet nog dat ik na de operatie op de IC heb gelegen omdat er wat complicaties waren. Ik was af en toe wakker en dan weer niet. Het was best wel ingrijpend.”
Cari: “Ook voor mij zaten er risico’s aan de operatie vast zoals: ontstekingen, trombose en nabloedingen. Daar heb ik gelukkig geen last van gehad, maar ik was wel erg moe de eerste zes maanden na de operatie. Dat komt omdat je lichaam moet wennen aan één nier.”

Hoe was het om dit traject samen in te gaan?
Babs: “We doen sinds de donatie meer dingen samen en onze band is sterker geworden. Het is ook een apart gevoel, dat je echt bij elkaar hoort. Af en toe herinner ik me dat ik een orgaan van mijn zus in mijn eigen lichaam heb. De donatie vieren we ook nog ieder jaar op 10 juli. We geven elkaar iets en het is meestal een feestje, omdat ik natuurlijk ook jarig ben. We hebben een aantal tradities, zo hebben we allebei dezelfde armband en krijgen we ieder jaar een nieuw bedeltje van Cari haar man. Inmiddels hebben we er dus al twaalf. De dankbaarheid voor haar bijzondere donatie blijft altijd aanwezig.”
Cari: “Het traject was eigenlijk heel mooi. Het is tot nu toe natuurlijk een succesverhaal. De band met mijn zus is veel sterker geworden.”