‘Hij ziet er misschien stoer uit, maar van binnen is Erik een grote softie. Hij wil niets liever dan terug naar zijn baasje’, luidt het bijschrift van een foto die vroeg op de maandagmorgen op de tijdlijn van mijn Facebook verschijnt. Op de foto: een woelige bruine knuffelegel. Hij zit met hoopvolle kraalogen en zijn handjes op zijn buik op een bank van Utrecht CS. De egel Erik is een van de vele knuffels die bij de Gevonden Voorwerpen van de NS is beland. Daar is na verloop van tijd een ware ‘knuffeldierentuin’ ontstaan. De NS probeert nu via Facebook de rechtmatige eigenaren terug te vinden.

Ik lees het bericht terwijl ik, na een nachtje bij mijn ouders, een plakkerige trein in worstel. ‘Achgoss’, is mijn eerste reactie. Ik kan een glimlach niet onderdrukken. Het bericht over de verloren knuffels maakt veel los. Misschien ligt mijn Smuis er wel bij. Volgers van de Facebookpagina overspoelen de post met likes en reacties. Die bestaan uit niets dan lovende woorden. Het bereik van de post is ongekend voor de NS; het is al meer dan duizend keer gedeeld. Het is een positieve boost die zich – vrij letterlijk – met sneltreinvaart door het land verspreidt. Ik moet bijna wennen aan zo veel vrolijke berichten op de Facebookpagina van de NS. Klagende reizigers en foto’s van overvolle coupés voeren gewoonlijk de boventoon. Als er een bedrijf is dat vaak de wind van voren krijgt, is het wel de NS. Niet altijd verdiend, vind ik, maar afgelopen week was het toch zeker terecht. Met 26 storingen op één dag vestigde het bedrijf een record. Zelfs in eerdere novembermaanden, die doorgaans het meeste oponthoud kennen, maakten ze het nog nooit zo bont. De NS was ons wel een goedmakertje verschuldigd. Een beetje feel good op de maandagmorgen: dat is precies wat we nodig hadden. De treinen zijn nu immers volgepakt met chagrijnige, onuitgeslapen koppen, die het half uur reistijd gebruiken om in stilte hun sociale netwerken wat aandacht te geven. Een strakke blik maakt even plaats voor een vertederde glimlach, hier en daar klinkt een zucht van weemoed. Wie weet vinden zij hun knuffel ook ooit terug. Het extra kwartiertje wachten geeft al niet meer.