UTRECHT – “Je kan het nooit écht loskoppelen, maar het zijn gewoon andere vragen die ik mezelf stel, waardoor die twee rollen nooit in conflict met elkaar komen”, vertelt Margreet van Es over haar ervaring als religiewetenschapper en moslim.

De 32-jarige Margreet van Es werkt als postdoctoraal onderzoeker en docent aan de Universiteit van Utrecht. In haar project ‘Muslims Condemning Violent Extremism’ bestudeert zij hoe moslims sinds de aanslagen van 11 september 2001 omgaan met het verzoek om publiekelijk en expliciet zich af te zetten tegen terrorisme. Daarnaast geeft zij colleges in verschillende religies en is zelf moslim.

Foto: Universiteit Utrecht

De interesse in de islam is niet alleen gekomen doordat Margreet zelf moslim is. Rond de periode dat ze klaar was met haar master geschiedenis is ze pas bekeert tot het geloof. Voorafgaand las ze al veel over de islam en ontmoette ze moslims. “Ik vond het altijd al wel een mooi geloof, maar ik wist niet zeker of het nou mijn geloof per se moest zijn”, vertelt ze.  “Maar op een gegeven moment zat ik op een punt waarbij mijn ideeën zoveel overlap hadden met de islam dat het heel raar zou zijn als ik niet zou bekeren.”

Naast het onderzoek dat ze doet naar geloof geeft ze dus ook colleges. Vaak zijn dit gastcolleges en begeleid ze scripties. De onderwerpen hiervan verschillen. “Het gaat ook over andere religies, alleen niet heel vaak,” legt Margreet uit. “Het is namelijk zo dat er nu veel maatschappelijk debat is in Nederland over de Islam. Omdat ik gespecialiseerd ben in de rol van religie in het publieke debat, hebben we het vaak over de islam in mijn colleges.”

Doordat de colleges gaan over verschillende geloven komen er geloofsopvattingen voorbij die anders zijn dan de geloofsopvattingen van Margreet als moslim. Echter heeft ze hier geen moeite mee. “Kijk. Als je met religiewetenschappen bezig bent, mijn vak of tijdens de vragen die studenten tijdens colleges stellen, dan gaat het om andere vragen dan die ik mezelf stel als gelovige. Dus als gelovige heb ik een hele andere rol dan als mijn rol als wetenschapper of docent.” Margreet legt uit dat ze zichzelf als gelovige vragen stelt als ‘Hoe kan ik een beter mens worden dan ik gisteren was’ en ‘Wat wil God van mij?’. Als wetenschapper zijn de vragen meer gericht op religie als een maatschappelijk verschijnsel. “Het gaat over de dingen die gelovige vinden, zeggen, schrijven en doen en heel weinig over God eigenlijk.”

Ook de studenten van religiewetenschappen worden aangespoord om anders te kijken naar het geloof. Dat lukt volgens Margreet heel goed. “Wat wel lastig is voor veel studenten en mensen in de wijde wereld eigenlijk, is dat we heel erg gewend zijn om te praten over de islam alsof er één islam is.” Volgens Margreet zijn we gewend te praten over het geloof alsof alle moslims op dezelfde manier geloven. Dit is echter niet zo. “Iedere moslim heeft wel een ander idee over wat de islam betekent in zijn of haar leven. Dit geldt overigens ook voor andere religies. Er is namelijk net zo goed niet zoiets als ‘het Christendom’ als in één Christendom.”

Discussies tussen studenten tijdens colleges zijn vaak niet heftig doordat er gediscussieerd word aan de hand van regels. Zo moet er vooral op de inhoud afgegaan worden en onderbouwd worden met argumenten. Dit houdt niet in dat er geen heftige reacties tijdens colleges zijn. “Ik ben zelf een keer aangeschoven bij een college waarbij veel mensen niet geloofden,” vertelt Margreet. “We hebben toen samen naar Bijbelteksten gekeken die ook in de Koran voorkwamen. Zo lazen we het verhaal over Abraham die zijn zoon opoffert. Veel studenten vinden dat gewoon een heel heftig verhaal. Dat een vader zijn kind moet opofferen. Uiteindelijk komt het wel goed, maar hè, hij wordt wel voor die keuze gesteld. Dan merk je dat bij heftige reacties mensen wel uitgenodigd worden om zich af te vragen wat deze tekst betekent voor gelovigen. Maar in eerste instantie zie je dat, zeker mensen die niet met de Bijbel zijn opgevoed, hiervan schrikken.”