Zo weinig geld te besteden hebben dat je niet eens boodschappen kunt doen. Voor die mensen is er de voedselbank. In Utrecht Oost helpt de voedselbank zo’n 40 gezinnen. Coördinator van Voedselbank Utrecht Oost, Walter Kroonenburg, vertelt onder meer wat de reacties zijn van de mensen wanneer ze een pakket komen ophalen.

‘Ik doe dit werk nu zo’n 5 jaar en vind het hartverwarmend om mensen te helpen. Elke zaterdag komen mensen een pakket ophalen. Vaak moeten ze even wachten en krijgen dan een bakje koffie of een kopje thee. Ondertussen praten ze dan met elkaar over het leven. We proberen het allemaal luchtig te houden, de mensen hebben vaak al problemen genoeg. Ik wil geen gedonder, om het zo maar te zeggen. Elke week komt er een pastoor langs, vele luchten bij hem het hart. Maar wijzelf praten ook veel met de mensen, dat vinden ze fijn. Ze komen al bij zoveel instanties waar ze maar een nummertje zijn, hier krijgen ze individuele aandacht. Je bouwt echt een band op, dat vinden we ook heel belangrijk. Bij een aantal voedselbanken lijkt het wel of het een buurthuis is, dat is hier niet zo. Wij organiseren geen verdere activiteiten, de vrijwilligers die hier op zaterdag komen helpen werken gewoon doordeweeks. Wel kunnen we ze doorsturen naar specialisten, zoals naar een budgetcoach.’

‘De reacties van de mensen zijn wel wisselend. De ene week is een pakket heel goed gevuld en de andere keer is het pakket wat leger. Dan wordt er wel gemopperd, ja. Ook zeggen mensen soms: ‘Hebben jullie ook brood en wasmiddel?’. Maar zo werkt het hier niet. We krijgen dan wel producten van de supermarkt, maar we zijn geen winkel waar je dingen kan uitkiezen. De meeste reacties zijn wel positief, hoor. Ik hoor verhalen dat mensen al een paar dagen niet gegeten hebben, dat raakt me dan wel. Ik hak de knoop door voor wie er in aanmerking komt voor een voedselpakket. Als er bijvoorbeeld een gezin is met 3 jonge kinderen en die mensen zitten net een paar tientjes boven de norm, dan kan ik nog wel eens zeggen dat ze toch langs mogen komen. Al moet ik daar wel voorzichtig mee zijn.’

‘Om de drie maanden worden de mensen gecheckt. Dan wordt gekeken hoe het ervoor staat met de financiën. Hoe lang ze de voedselbank nog nodig hebben bijvoorbeeld. Als mensen teveel verdienen en geen recht meer hebben op iedere week een pakket beginnen we met afbouwen. Veel mensen zijn er namelijk aan gewend geraakt om iedere week een gratis pakket ophalen. Ze weten dan niet meer hoeveel brood of hoeveel appels kosten. We bouwen niet af als je de boel bedondert. Een jaar geleden was er een man die uit de schulden geraakt bleek te zijn en dus meer geld had om te besteden, maar die had niks aan ons aangegeven. Bij de controle kwam alles boven tafel en besloten we dus om per direct te stoppen. Dat vind ik nou zo naar. Ik stop mijn hart en ziel hierin om mensen te helpen en dan bedrieg je me zo. Daar heb ik geen woorden voor.’