De Jehovah’s Getuigen worden door buitenstaanders veelal gezien als een gesloten gemeenschap. Hoewel ze vaak aan de deur komen om hun geloof te prediken om de mensen te betrekken bij hun geloof lijkt er toch een aanzienlijke kloof te bestaan tussen buitenstaanders en de Jehovah’s Getuigen zelf. Elke donderdag en zondag wordt er een dienst gehouden in Utrecht-Merwede. Hoe ziet zo’n dienst er van dichtbij uit en hoe gesloten zijn de Jehovah’s Getuigen nou echt naar buitenstaanders toe?

Bus 8 vanuit Utrecht Centraal leidt je zo richting de zaal van de Jehovah’s Getuige. Het is donderdagavond en de zon schijnt nog fel. Vanuit de bushalte zie je aan de linkerkant een grote parkeerplaats waar families aan komen rijden voor de dienst van donderdagavond. Aan de rechterkant staat een wit bescheiden gebouw. Voor het gebouw rennen en spelen er kinderen, gekleed in overhemd en fleurige jurkjes. Ook zitten er een aantal mensen buiten te wachten voordat de dienst begint. Binnen is het een grote drukte en staan de mensen dicht op elkaar om de zaal in te kunnen. Het blijkt dat de zaal niet toegankelijk is aangezien er lekkage is en er grote plassen water op het tapijt liggen. De dienst gaat niet door. Wel volgt er een hartelijk ontvangst. Een vrouw van middelbare leeftijd komt direct een praatje maken en een psychologie studente van rond de twintig komt erbij staan: “welkom! Ben je hier voor het eerst? Kom je gezellig meekijken?” Ze blijven even hartelijk wanneer ze begrijpen dat het om een student journalistiek gaat die een kijkje in de keuken van de gemeenschap komt nemen. Later komt er nog een vrouw aanlopen. Ze is van middelbare leeftijd en ziet er vrolijk uit en komt er ook bij staan: “wij hebben geen geheimen hoor, we zijn blije en vrolijke mensen in tegenstelling tot wat iedereen zegt of denkt.” Nu de dienst niet doorgaat wordt er koffie en thee geschonken, met een koekje erbij die eigenlijk voor komende zondag bedoeld zijn. Een oudere vrouw laat een ander kamertje zien waar nog meer mensen zitten. Er zijn kinderen aan het kleuren en er wordt wat bij gekletst. Een spontaan interview wil men niet doen, hier op wordt wat ongemakkelijk gereageerd. Wel kan er een interview geregeld worden met een ‘ouderling’ (een persoon die een leidende functie heeft binnen de gemeenschap) tijdens een volgende bijeenkomst.

De leden van de gemeenschap lijken elkaar goed te kennen. Iedereen lijkt door te hebben wanneer er een nieuw gezicht de kamer in komt. Er worden handjes geschud en iedereen stelt zich voor. Opvallend is dat jong en oud door elkaar aan het kletsen is. Het wekt een echt ‘familiegevoel’ op. Voor alsnog zijn de Jehovah’s getuigen helemaal niet gesloten en staan zij juist open voor contact met mensen van buitenaf. Wel wordt duidelijk dat de mensen zich ongemakkelijk voelen om spontaan een interview af te leggen, dit moet dus wachten tot zondag.

De dienst op zondagochtend om 10.00 uur gaat wel door. De zaal zit niet geheel vol: “je kunt zien dat het zomervakantie is, normaal gesproken zit de zaal helemaal vol’ zegt een vrouw die donderdagavond ook aanwezig was. De dienst bestaat uit twee delen. Tijdens het eerste gedeelte wordt de lering van de Bijbel besproken en wat het betekent. Tijdens het tweede gedeelte wordt er een ‘klassikale bespreking’ gehouden, waarbij één persoon vooraan staat, de literatuur bespreekt en hier vragen over stelt. De literatuur die hier besproken wordt staat in het boekje ‘de wachttoren’. Dit is een studie uitgave van de Bijbelse literatuur welke vertaald wordt in bijna duizend verschillende talen en samengesteld wordt door een speciaal comité bestaande uit mannen. In de wachttoren staat er wat er elke week behandeld wordt en door de vele vertalingen is dit wereldwijd hetzelfde. Marvin Hendriks, ouderling binnen de gemeenschap: “doordat we wereldwijd wekelijks precies hetzelfde prediken en leren kunnen we ook echt zeggen dat we één organisatie zijn.”

Het eerste gedeelte van de dienst

De dienst wordt geleid door een ouderling. In tegenstelling tot de katholieke of de protestantse kerk staat hij niet in een gewaad, maar draagt hij een pak. Opvallend is dat de mensen niet met een bijbel in hun handen zitten maar met een telefoon of tablet. Hierin staan de teksten en de liederen die ze tijdens de dienst gaan behandelen. Ook deze teksten en liederen zijn in verschillende talen beschikbaar. Marvin: “doordat de literatuur via de website behandeld worden kunnen we geld en papier besparen die we anders wekelijks zouden moeten laten drukken.”

 

Wat geloven de Jehovah’s Getuigen

 

De Jehovah’s geloven in ‘de opstanding’ wat inhoud dat ons huidige leven niet het échte leven is, maar dat we deze krijgen na de dood. Net als Jezus zullen ook wij opstaan uit de dood en vervolgens een eeuwig leven in het paradijs op aarde hebben. Dit paradijs en de opstanding zullen door God ‘Jehovah’ mogelijk worden gemaakt. Jehovah zal de aarde herstellen en mensen het eeuwige leven geven. Tijdens de dienst wordt benadrukt dat we niet bang moeten zijn voor de dood, want zonder dood is er ook geen opstanding mogelijk en dát is wat we uiteindelijk willen bereiken. Dit zul je ook bereiken, mits je trouw blijft aan Jehovah.

 

Bloedtransfusies en het kwaad

 

Een veel omstreden onderwerp als bloedtransfusies wordt ook behandeld. Jehovah’s Getuigen mogen geen bloedtransfusies ondergaan, omdat dit ingaat tegen de wil van Jehovah. De mens is namelijk geschapen door Jehovah en mag het bloed dat door het lichaam stroomt niet beïnvloeden. Er wordt een voorbeeld gegeven door de ouderling en vertelt het volgende verhaal aan de zaal: “een zuster van ons moest een bloedtransfusie ondergaan, omdat ze erg ziek was. Echter zei zij tegen de artsen dat zij dit niet wilde. Haar situatie bleef achteruitgaan en de artsen probeerden alsnog een bloedtransfusie bij haar af te dwingen. De zuster vocht tegen de handen van de artsen die alsnog het infuus bij haar probeerde aan te brengen. Ze trok de infusen eruit tot op het moment dat er één arts bij zinnen kwam en dacht wat zijn we nou eigenlijk aan het doen? Deze mevrouw wil geen bloedtransfusie. Met het gevolg dat de zuster uiteindelijk weer herstelde zonder bloedtransfusie. De vrouw werd beloond doordat zij trouw bleef aan Jehovah.” Ook wordt er benadrukt dat er verschillende mensen op je pad zullen komen en zullen proberen jou van gedachte te laten brengen en tegen Jehovah te willen laten keren. Dit komt ook terug in het lied dat aan het einde van het eerste gedeelte van de dienst wordt gezongen, een fragment:

 

Pas goed op, er zijn gevaren:

leugens worden er verteld,

je wordt op de proef gesteld,

soms gebruikt men zelfs geweld.

Wees niet bang voor die gevaren,

zelfs niet als je wordt bedreigd.

Ik beloof je, als je trouw blijft,

dat je mijn bescherming krijgt.

 

  • Lied 55: Wees nooit bang!

 

De dienst wordt niet alleen serieus benaderd maar ook in kindertaal behandeld voor de peuters en kleuters in de zaal. Zo is tijdens de dienst goed te zien hoe jong en oud actief bij de dienst worden betrokken. Tijdens het tweede gedeelte van de dienst wordt dit nog zichtbaarder.

 

Het Tweede gedeelte van de dienst

Het tweede gedeelte van de dienst is een stuk interactiever. Er komen twee andere mannen van middelbare leeftijd het podium op. Ook zij vervullen de rol van ouderling en zijn gekleed in pak. Het zijn charismatische mensen en ze weten de zaal mee te voeren.

Nu het studie gedeelte begint staan erachter in de zaal op het linker- en het rechter gangpad twee ouderlingen klaar met een draagbare microfoon die vastzit aan een lange metalen standaard. Vanuit het podium wijst de ouderling een persoon aan om de literatuur voor te lezen. Vervolgens wordt er door de ouderling een vraag gesteld over de literatuur. Nu mogen mensen hun hand op steken, wanneer zij het antwoord denken te weten. Er blijkt geen fout antwoord te zijn, want op elke vraag wordt met een aanmoedigend: “heel goed, heel duidelijk, mooi gezegd” geantwoord door de ouderling. Ook de jongste mensen in het publiek worden bij de dienst betrokken, wat de dienst weer wat luchtiger maakt. Zodra één van de jongste kinderen uit de zaal haar beurt met de microfoon krijgt wordt er gelachen. Ze lijkt niet te weten wat ze zegt en kraamt allemaal dolheden uit. Hierop wordt met een zoetsappig: “ach” en “wat schattig” gereageerd door de andere Jehovah’s Getuigen. Maar naast de peuters zijn er ook kinderen die echt al actief mee doen en trots antwoorden op de vragen. Zo wordt jong en oud betrokken bij de dienst. In de zaal zitten ook mensen die minder goed Nederlands spreken en een meisje met het Syndroom van Down en ook zij worden bij het proces betrokken.

Wederom gaat het over hoe te handelen tegen het kwaad. Hierbij staat spiritualiteit centraal, dit is namelijk een aspect dat je in contact kan brengen met de duivel. De duivel kom je in allerlei vormen tegen in het leven. Zo wordt ervoor gepleit om geen spullen mee te geven aan mensen die overleden zijn. Op deze manier kom je alleen maar in contact met de duivel. Daarnaast moeten alle ‘occulte’ spullen (spullen die in aanraking zijn gekomen met het bovennatuurlijke of de duivel) uit het huis verwijderd en vernietigd worden. Deze kun je onder andere terugvinden in tastbare spullen als boeken, muziek en films. Maar ook moet men uitkijken met wat hij of zij zijn kinderen voorschotelt. Satan is ook te vinden in tekenfilms, amusement en speelgoed. Het is dan ook van groot belang dat je deze spullen vernietigt en niet weggooit, zo spreekt een man in de zaal: “ik heb laatst een aantal spullen bij het grofvuil gezet, alleen besefte ik mij toen dat ik deze had moeten vernietigen. Deze spullen kunnen namelijk gevonden worden door andere mensen die ze weer in huis nemen, waardoor de duivel zijn kwaad alsnog kan verspreiden.” Daarnaast geeft een vrouw die door de ouderling als zuster wordt aangesproken het volgende aan op de vraag wat we vandaag hebben geleerd: “we hebben vandaag geleerd dat we overal ter wereld oppassen dat we niet misleid worden door Satan en het spiritisme, dit geld zowel voor Nederland als in de rest van de wereld.”

 

Einde dienst

Aan het einde van de dienst is er weer koffie, thee, koekjes en limonade voor de kinderen aanwezig. Dit keer is het niet alleen kletsen en bijpraten met elkaar, maar moet er ook gewerkt worden. Na even gezeten te hebben is het tijd om langs de deuren te gaan. De mensen worden de wijk ingestuurd en krijgen door de ouderlingen hun eigen wijk toegewezen, om het woord van Jehovah te prediken: “zie ik je zo?” klinkt het door de menigte. “Ja zo om twee uur spreken we elkaar.”