UTRECHT - ‘’Alles wat je in je leven overkomt ben je zelf verantwoordelijk voor’’, dat is volgens Maarten van der Weijden, voormalig Nederlandse zwemmer en lijstduwer van de VVD, de ultieme liberale gedachte. Volgens hem een mooie gedachte, maar ook hard en duidelijk. Van der Wijden zegt: ‘’Met sport leer je een doel te bereiken, ergens voor te gaan en jezelf uit te dagen’’. Hij noemt het de ultieme voorbereiding voor je leven.

Dat zijn de woorden waar Maarten van der Weijden mee begon bij de VVD-bijeenkomst over sport waarin hij een prominente rol heeft. De bijeenkomst gaat over het aanmoedigen van sport door de VVD. Naast Van der Weijden spreken VVD’ers Hanneke van der Marel, die directeur van Vereniging Sport Utrecht (VSU) is, en André van Schie die voorzitter is van Commissie Stad en Ruimte ook op de bijeenkomst.

Van der Weijden vertelt tijdens de bijeenkomst over hoe hij kanker overwon en daarna olympisch kampioen werd. De zaal luistert aandachtig naar zijn verhaal. Hij zegt dat succes niet maakbaar is. ‘’Sommige mensen hebben vaker geluk dan anderen en anderen overkomt nou eenmaal veel domme pech’’. Zo noemt hij als voorbeeld dat vroeger werd gedacht dat alle Olympiërs een ideaal lichaam hebben, maar dat nu bekend is geworden dat het tegendeel waar is. Olympiërs hebben juist een afwijkend lichaam, waarna de zaal lacht. Zo heeft Van der Weijden een enorm grote longinhoud van twaalf liter (ongeveer zes liter is normaal), maar is hij ook erg lang. De combinatie van een lange lengte en een grote longinhoud is dus logisch. Alleen werken zijn longen niet optimaal. Aan de ene kant is het een beperking, maar aan de andere kant ligt hij daardoor hoger op het water wat het zwemmen bevordert. ‘’Met die beperking heb ik toch maar mooi de Olympische Spelen gewonnen.’’ Van der Weijden zegt ‘’Het mooie van talent is dat iedereen – met of zonder beperking – het heeft.’’

Hanneke van der Marel, directeur VSU zegt: ‘’In Utrecht is er een groot potentieel talentonwikkeling’’. Ze vertelt dat de gemeente Utrecht zo veel mogelijk talenten een kans wil geven, maar dat het in Utrecht lastig is om die kans optimaal te bieden. Utrecht richt zich op topsport met weinig middelen. ‘’We zijn geen Papendal of Eindhoven’’. De mensen in de zaal zijn het daarmee eens en knikken allemaal instemmend. Nu ligt de focus op het behouden van de Utrechtse talenten totdat ze achttien zijn. Daarna kunnen ze beter uitvliegen naar een andere plek voor een optimale talentontwikkeling. Er valt in Utrecht dus nog hoger te scoren op de ontwikkeling zegt ze. ‘’Zo kunnen we meer Utrechtse Olympiërs krijgen’’.

Binnen anderhalf jaar wil Van der Marel ervoor zorgen dat sporten in Utrecht staat voor verbinden, vitaliseren en duurzaamheid. Ook wil ze iedereen zo jong mogelijk kennis laten maken met het aanbod van alle sporten zodat ze een goede aanloop hebben naar een vereniging. ‘’We willen dat iedereen iets vindt dat bij hem of haar past’’.

‘’Er zijn nu al op veel sportclubs lange wachtrijen, maar als je nog meer kinderen aan het sporten wil krijgen is capaciteit dan niet een probleem?’’ luidt een vraag uit het publiek. ‘’Het gaat nu inderdaad nog niet gaat lukken om voor iedereen een accommodatie te bieden’’ antwoordt van der Marel. ‘’We moeten ons focussen op clubs, maar ook andere activiteiten zoals bootcamps of hardloopgroepen die in de openbare ruimte plaats vinden en dus geen accommodatie nodig hebben’’.

André van Schie zegt over dit punt dat de VVD sporten in de openbare ruimte erg belangrijk vindt. ‘’We moeten de openbare ruimte zo inrichten dat je daar ook goed kunt sporten’’. Hij benoemt als voorbeeld dat bij het inrichten van Amelisweerd de VVD het belangrijk vond dat hardlopers daar ook konden rennen. Terwijl andere partijen vonden dat een bos daar niet voor is bedoeld. Verbaasde gezichten vullen de zaal.

Wel benoemt Van der Marel dat het doel is dat voordat Utrecht in 2030 de 400.000 inwoners bereikt er wel extra accommodaties moeten zijn. Dan biedt Utrecht iedereen een kans om te gaan sporten.

Van der Schie zegt dat je niet alle doelgroepen aan het sporten krijgt, terwijl dat wel van groot belang is. ‘’We moeten niet met het pistool op het hoofd gaan zeggen dat er gesport moet worden, maar we moeten wel het belang van sport blijven benadrukken.’’