"De afgelopen 4,5 jaar zijn ruim 1600 asielkinderen verdwenen uit opvanglocaties in Nederland", meldt NRC op basis van cijfers van het Centraal Orgaan opvangen Asielzoekers (COA) en Nidos. Op dit moment is nog niet duidelijk waar de kinderen verblijven. Volgens hulpverleners van Nidos worden sommige jongeren door criminelen opgehaald uit het asielzoekerscentrum om te stelen. Ook zijn er zorgen over meisjes die de opvang verlaten waarbij vermoeden is van gedwongen seks. De gemeente heeft een zorgplicht voor deze kinderen: wat kunnen zij hieraan doen?

In december 2018 werden door mevrouw Podt van D66 al schriftelijke vragen gesteld over Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV’s) die uit de Utrechtse opvang zijn vertrokken met onbekende bestemming en wat daaraan wordt gedaan. Het antwoord was dat het exacte aantal AMV’s in Utrecht volgens het Nidos niet te herleiden is. Wel wordt in zo’n situatie melding gedaan bij de Vreemdelingenpolitie. De jeugdbeschermer onderhoudt na de vermissing contact met de politie over de voortgang van de opsporing. Maar na het schokkende bericht van de grote hoeveelheid vermiste asielkinderen, werden nieuwe vragen gesteld tijdens de Raadsvergadering over de situatie en hoe dit heeft kunnen gebeuren.

Fractievoorzitter Rachel Streefland-Driesprong vraagt zich af of de wethouder kan aangeven hoeveel kinderen dit betreft uit Utrechtse asielzoekerscentra. “Op dit moment hebben wij niet die exacte cijfers” beantwoordt wethouder Maarten van Ooijen. “We gaan inzetten om te achterhalen bij het COA om hoeveel utrechtse asielkinderen het zou gaan, met name over het afgelopen jaar. Uit de kleinschalige Nidos opvang verdwijnen nauwelijks jongeren, maar we gaan dit goed checken.” Dimitri Gilissen (VVD) snapt niet waar de complexiteit ligt van het inzichtelijk krijgen van een melding van een kind dat uit een Utrechts azc verdwijnt. Nidos moet een vermissing namelijk in alle melden. “Er wordt inderdaad een melding gemaakt, maar dat betekent niet dat wij op een beter gearrangeerd niveau de cijfers kunnen halen. We kunnen helaas alleen met behulp van de landelijke cijfers een inschatting maken van de problematiek” reageert van Ooijen.

Op dit moment speelt de gemeente Utrecht geen rol bij de meldingen van opsporingen en vermissingen. “Ik ga aan de orde stellen wat de rol van de Utrechtse gemeente zou kunnen zijn bij de voorkoming en adequaat melden en opsporen” stelt van Ooijen. Welke rol hij de gemeente precies zal zien vervullen, weet hij nog niet. “Ik ben eerlijk gezegd nog een beetje aan het dubben. Ik denk dat de gemeente zeker een rol zou kunnen hebben, omdat we veel beter en nauwer samenwerken met anderen rondom de AZC die inzicht hebben. Daarnaast zou het kunnen dat de COA hier nog ideeën over heeft. Maar gesprekken met hen vergen altijd enige vorm van diplomatie, dus ik ben heel benieuwd waar we staan aan het einde van het jaar.”